Restauratieschilder Angela Delisse over de artistieke kant van het schildersvak

Ze werkt met daskwasten, waaierkwasten en tamponeerkwasten. In haar atelier staat een Christusbeeld te wachten op restauratie. Langs de muur marmer- en houtimitaties en allerlei schilderingen en schetsen. Op schappen tientallen soorten verf. Het is duidelijk dat Restauratie & Decoratieschilderen een artistiek ambacht is. Angela Delisse (56) uit Oss beheerst het tot in de puntjes. Een gesprek over een bijzondere kant van het schildersvak. 

Waar bestaat jouw vak precies uit? 

“Ik restaureer het schilderwerk van oude plafonds, muren en deuren of panelen. Maar ook beelden of ornamenten. Je vindt mijn opdrachten in kerken en kloosters of landhuizen, en in statige oude panden. Vaak hoort er ook houtrestauratie bij. Daarnaast doe ik decoraties. Dan maak ik bijvoorbeeld een leuke muurschildering in een keuken en geef de kastjes een bijpassende kleur. Of schilder ik een wand van een restaurant of schoolplein.” 

Hoe wordt iemand een Restauratie of Decoratieschilder? 

“Door opleiding en goede leermeesters. Ik heb op de LTS de richting Schilderen gedaan, dat heette toen nog ‘afwerkingstechnieken’. Je leerde voor huisschilder of reclameschilder met letters penselen enzo. Ik heb creatief werken altijd leuk gevonden. Later deed ik de Schildervakopleiding. Ik heb het diploma Meesterschilder. Van 2 oude leermeesters leerde ik technieken als bladgoud leggen, hout- en marmer imitatie. Ook heb ik een Restauratieopleiding gevolgd op het Koning Willem I College. Bert Strik werd op een zeker moment mijn levenspartner en van hem heb ik ook nog veel opgestoken in de praktijk. Hij was een autoriteit in ons vak, maar hij is helaas 2 jaar geleden overleden. Ik zet ons bedrijf Delisco voort.”

Dus jij kunt ook wel een wandje of een kozijn afwerken? 

“Haha, jazeker. Laatst werd ik nog gevraagd om bij te springen op een project. Maar ik heb natuurlijk niet meer de snelheid van een kerel van 30.” 

Hoe gaat zo’n opdracht in z’n werk, verftechnisch gezien? 

“Het begint met schoonmaken. Recente verflagen ga je afkrabben met scalpelmesjes. Of je gebruikt chemische middelen. Dan ligt het eraan wat je tegenkomt. Moet je de ondergrond repareren? Hoever is de schildering nog intact? Het mooie is: die oude verf is uitgewerkt. Je kunt er transparante primers overzetten en dan ga je met watergedragen lakken de afbeelding exact overschilderen of bijwerken. Soms moet je op papier sjablonen tekenen en helemaal opnieuw opzetten. Er zijn allerlei technieken zoals tamponeren, sjabloneren, af- en opwikkelen.” 

Je werkt vaak aan een onvervangbaar stuk cultuurgeschiedenis. Is dat spannend? 

“Nee hoor. Je moet lef hebben en vertrouwen op je vakkennis. We proberen te behouden wat er is maar soms moet je reconstrueren, door vochtschade. We maken dan opnieuw de vorm na die het had. Oude kleuren maken we eveneens na met hedendaagse verf. Inclusief vergeling. We hebben heel veel kleurenwaaiers en doen kleurproefjes. Ik heb nog een oude bak pigmenten. We beschrijven de receptuur.” 

Is het fysiek zwaar? 

“Best wel, het is veel handwerk. Vaak boven je hoofd. Je moet lang stil zitten. Je schilderhand ondersteun je met je andere arm. Soms doe je op 1 dag maar een stukje van 30 x 30 cm. De concentratie vasthouden. We werken in teams en wisselen veel. Het is werk dat geduld vraagt. Een hele fraaie kerk in Druten, gebouwd door Eduard Cuypers, hebben we in 2,5 jaar helemaal opgeknapt.” 

Maar dat is toch niet te betalen tegenwoordig? 

“Dat ligt eraan. Er waren altijd veel subsidies en de Katholieke Kerk had ook wel geld. Maar ook in dit vak is de crisis toegeslagen en kregen we concurrentie uit Oost-Europa. Ik kan nooit exact een prijs opgeven. Ik geef een richtprijs en m’n uurtarief. Op basis van nacalculatie volgt de definitieve prijs. Daarom maak ik foto’s van de werkzaamheden en de problemen die ik tegenkom. De opdrachtgever nodig ik uit om te komen kijken. Ze moeten weten waar ik mee bezig ben. Door transparant te zijn voorkom ik discussies.” 

Dus een mooi vak dat je jonge schilders kunt aanraden? 

“Zeker! Wanneer het af is, is het resultaat vaak echt verbluffend. En tijdens het werk is er leuk contact met het team en de opdrachtgever. Maar ook de zoektocht vooraf is interessant. Je praat met mensen die weten hoe het was, je bekijkt oude foto’s, leest veel. We proberen zoveel mogelijk te weten te komen. Ik kan jonge schilders dit vak zeker aanraden, als daar hun hart ligt. Wel vind ik dat handwerk in deze tijd ondergewaardeerd wordt. Of het nu gaat om stukadoren, schilderen of loodgieters. Ouders zien hun kinderen liever een beroep kiezen waarbij ze een stropdas onder hebben en goed geld verdienen met.. ja..dingen waarvan we eigenlijk niet weten of ze bijdragen aan een betere wereld. Dan kun je maar beter een ambacht beheersen.”